Mijn schrijfproces

Ik krijg vrij vaak de vraag: hoe schrijf je nou een heel boek? Hoe ga jij te werk? Vaak komt daar een verhaal achteraan over hun eigen situatie: dat ze altijd stranden op moment X of de rust en tijd niet kunnen vinden. Herkenbaar, want ook ik ben door al die momenten gegaan. Ik loop je door mijn creatieproces heen, al wil ik er wel bij zeggen: wat voor mij werkt, hoeft niet voor jou te werken.

Een goed idee blijft kleven

Allereerst: het idee. De vraag waar ik mijn inspiratie vandaan haalt, is een lastige. Het is namelijk niet alsof daar een trucje voor is, of iets dergelijks. Bij mij kan inspiratie overal in zitten. Daarnaast geldt voor mij: een goed idee blijft hangen. Het is als een zaadje dat blijft groeien en uiteindelijk uitkiemt tot iets bruikbaars. Daarom schreef ik ideeën ook heel lang niet op. Inmiddels doe ik dat wel, gewoon zodat ik meer ruimte in mijn hoofd heb voor andere dingen, maar ik geloof nog steeds dat goede ideeën kleven.

Een outline maken

Als ik eenmaal een idee heb dat genoeg is gegroeid in mijn hoofd, begin ik met een outline. Ik zie het als het skelet van het verhaal, als het fundament, dat ik later inkleur. Sommige auteurs kunnen zitten en beginnen met een leeg A4’tje, maar dat is niets voor mij: ik moet weten waar ik ongeveer naartoe ga. Dat ik al een outline maak, betekent overigens niet dat die hoofdstukken al in steen zijn gebeiteld. Ik wijk eigenlijk vrij vaak af van wat ik eerder bedacht, puur omdat mijn personages ineens een andere weg inslaan. Dat is niet erg: ik kijk simpelweg opnieuw naar mijn outline en pas die aan waar nodig.

Lucia (rechts) en ik schrijven vaak ook als we afspreken!

Elke dag schrijven

Als ik eenmaal begin met schrijven, is het voor mij het belangrijkst om ook echt iedere dag bezig te zijn met mijn manuscript. Vroeger begon ik vaak met verhalen en haakte ik na ongeveer twintig kantjes af. Dat kwam omdat er vaak een aantal dagen of weken voorbijgingen voor ik het schrijven weer oppakte. Resultaat? Terug moeten lezen en er gewoon niet meer lekker in zitten.

Dat terug moeten lezen is funest: je moet in de creatiefase nog niet bezig zijn met redactie. Het belangrijkste is dat je een versie op papier krijgt en vanuit daar verder kan werken. De rest komt later wel – je hebt dan immers een basis staan. En in die creatiefase is het belangrijk dat je iedere dag met je verhaal bezig bent, of dit nou echt schrijven is of simpelweg erover nadenken. Op die manier blijf je goed in je gecreëerde wereld zitten. Wat ze zeggen is echt zo: schrijven is een marathon, geen sprint.

Deadlines stellen

Als je al een contract hebt getekend, spreek je een inleverdatum in met je redacteur. Voor mijn debuut hielp het een inleverdatum met mezelf af te spreken: op die manier werk je echt naar een doel toe. Maar zelfs nu, nu ik wél redacteuren en afspraken heb, plan ik ‘tussentijdse deadlines’ in. Ik lever namelijk nooit een eerste versie in, zelfs niet aan mijn proeflezers. Meestal ziet mijn stappenplan tot aan het inlevermoment er ongeveer zo uit:

  • Eerste versie schrijven
  1. Tweede versie schrijven
  2. Inleveren bij proeflezers en een datum afspreken waarop ik feedback terugkrijg
  3. Derde versie schrijven op basis van de feedback

‘Vroeger’ schreef ik nog een versie terwijl ik wachtte op de feedback, maar inmiddels ben ik daarvan afgestapt. Rusttijd is namelijk ook hard nodig: door afstand te nemen van je manuscript, zie je je tekst weer met een frisse blik.

Ik plan voor iedere stap een datum in en weet daardoor ook wat ik dagelijks of wekelijks ongeveer moet doen om die deadlines te halen. Ik weet immers wat het woordenaantal van mijn manuscript ongeveer moet worden en kan daardoor bepalen wat ik per dag wil schrijven. Dit aantal wisselt per dag, want het is afhankelijk van de hoeveelheid tijd die ik heb. Moet ik werken of heb ik een afspraak, dan schrijf ik iets minder.

Waarom ik zo strikt ben? Omdat ik dan weet dat ik controle heb over de voortgang en niet de weg kwijtraak. En ja, zelfs voor het verkrijgen van feedback spreek ik data af. Het is daarom belangrijk serieuze proeflezers te vragen die het echt leuk vinden om te doen. Het kost meer tijd dan veel mensen zich realiseren. Let er ook op dat ze streng zijn, want anders heb je niets aan hun feedback. Zo proeflezen mede-auteur Lucia van den Brink elkaars manuscripten.

En dat was ‘m! Maar, zoals ik al zei, probeer vooral verschillende manieren van werken uit en kijk wat bij jou past.

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde posts